Hebben we nog politici nodig?

Hebben we nog politici nodig?

De verkiezingen zijn al lang verleden tijd en de stemmen zijn geteld. De tweede informateur is benoemd en hard aan het werk. En toch spelen dezelfde personen de hoofdrollen in de ontwikkelingen na die verkiezingen als in de verkiezingen uit het verleden.
De meerderheid van politici wordt gevormd door advocaten en mensen met een academische titel in politieke richtingen. Of deze mensen een gewone rol zouden kunnen spelen in het bedrijfsleven kan worden betwijfeld. Zeker is dat de meerderheid van onze politici geen baan zouden kunnen krijgen als uitzendkracht in een fabriek of met een nul-uren contract als verpleegkundige of verzorgende.

Het wordt hoog tijd dat we bij verkiezingen zelf gaan zoeken naar gekwalificeerde kandidaten, zonder ons te laten misleiden door de topmannen, en soms topvrouwen, van de grootste politieke partijen. Ook moeten we ons niet meer laten omkopen door de kandidaten met het meeste geld of de beste reclamespotjes.

We hebben leiders nodig, geen politieke partijen die zijn gestoeld op gedachtegangen en ideologieën uit het verleden. We hebben leiders nodig met een breed scala aan werkende, echte ervaring die discretie en een goed beoordelingsvermogen bezitten. We hebben leiders nodig die niet constant bezig zijn verdeeldheid te scheppen volgens ouderwetse partijprincipes. We hebben leiders nodig die begrijpen dat regeren betekend het scheppen van verbindingen, coalities als je dat woord wilt gebruiken. We hebben leiders nodig met sterke management eigenschappen, maar zonder de trots, valse trots, die daar vaak een gevolg van is.

Met ander woorden, we hebben leiders nodig, verkozen vertegenwoordigers, die niet het status quo vertegenwoordigen.

Het is geen geheim dat vele kiezers, in eigen land maar ook daarbuiten, het vertrouwen in de politiek allang verloren hebben. Daarbij maakt het niet uit van welke partij ze zijn of welke politieke richting ze vertegenwoordigen. Ze zijn in de meeste gevallen niet in staat gebleken problemen op een juiste manier te anticiperen, hun antwoorden en reacties op actuele situatie is langzaam en vol beschuldigingen aan het adres van anderen. In plaats van verantwoordelijkheid te nemen en oplossingen aan te dragen, bedenken ze vaak halve waarheden en onwaarheden om een probleem uit de weg te gaan. En politici denken ook nog dat wij, de gewone kiezers, niet slim genoeg zijn om de waarheid te zien.

De verkozen hoofdrolspelers in de politiek moeten eindelijk eens wakker worden en begrijpen dat we genoeg hebben van die onzin. En de kiezers moeten wakker worden, moeten begrijpen dat we leiders nodig hebben, geen politici.

Nederland heeft nu de unieke mogelijkheid een omslag te maken naar een realistisch leiderschapsconcept dat niet terugkijkt naar het verleden, toen de adel de wet stelde, zonder rekening te houden met de onderdanen. Of dat niet terugkijkt naar politieke denkbeelden uit het verleden. Er is een omslag nodig naar een leidinggevende groep mensen die werkelijk het volk vertegenwoordigen. Die in opdracht van het volk de gang van zaken besturen, en niet in opdracht van een kleine, politieke minderheid.

Er moet dus een zakenkabinet gevormd worden, met bestuurders en ministers die weten waar ze over praten. Niet omdat ze een academische titel hebben en uit een rijke familie stammen, maar omdat ze leiding kunnen geven. Een minister van volksgezondheid die de bedrijfstak geen warm hart toedraagt heeft in een dergelijk kabinet geen plaats, net zo min als een premier die zo ver van de werkelijkheid af staat als de huidige.

Herman Tjeenk Willink heeft bij zijn vijfde informatieopdracht een unieke kans. Als minister van Staat en alom erkend arbiter op het gebied van de politiek kan hij zijn informatieopdracht vervullen door te gaan zoeken naar gekwalificeerde leiders. Hij heeft de mogelijkheid het eeuwenoude spelletje van politiek touwtjes trekken, gesjoemel in achterkamertjes en het warm houden van elkaars stoelen te doorbreken en echte leiders aan het hoofd van de Nederlandse Staat voor te stellen. Met zijn brede kennis op het gebied van het bestuur en de politiek moet het hem duidelijk zijn dat het niet meer werkt. Dat Nederlanders het niet meer pikken. En met zijn brede kennissenkring heeft hij als geen ander de mogelijkheid de juiste keuzes te maken.

Leiders uit het zakenleven, bestuurders in Nederland en daarbuiten moeten eindelijk inzien dat politici niet meer van deze tijd zijn. Dat mensen die alleen maar op het pluche willen blijven zitten, met het zogenaamde ‘motorblok’ als nieuwste politieke drogreden, geen plaats hebben in het College van Leiders in Nederland. Maar die leiders moeten ook zelf naar voren stappen en mensen als ambtenaren en echte leidinggevenden, de koning en de huidige informateur duidelijk maken dat het zo niet langer kan. We hebben geen politici meer nodig, we hebben bestuurders nodig.

Foto:Creative Commons CC0 1.0 Universele Public Domain Dedication.

Oud Bisschop Jo Gijsen overleden

Oud Bisschop Jo Gijsen overleden

Image

Het Bisdom Roermond heeft bekend gemaakt dat vandaag in Sittard is overleden, Joannes (Jo) Baptist Matthijs Gijsen (Oeffelt, 7 oktober 1932), een Nederlands bisschop-emeritus van de Katholieke Kerk en doctor in de kerkgeschiedenis.

Gijsen was van 1972 tot 1993 van het bisdom Roermond, van 1993 tot 1996 titulair bisschop van Maastricht en van 1996 tot 2007 bisschop van het bisdom Reykjavik in IJsland. Zijn bisschoppelijk motto was Parate viam Domini (Bereid de weg des Heren, een uitspraak van Johannes de Doper).

Jo Gijsen werd op 20 januari 1972 door paus Paulus VI benoemd tot bisschop van het bisdom Roermond. Op 13 februari 1972 werd hij in het Vaticaan tot bisschop gewijd door de paus zelf. Paulus VI dwong bij die gelegenheid kardinaal Bernardus Alfrink, aartsbisschop van Utrecht, Gijsen in Rome de ‘handen op te leggen’, wat gezien werd als Alfrinks zwaarste gang naar Rome. Op 4 maart 1972 vond de inbezitneming van de zetel in de Roermondse kathedraal plaats.

Zijn benoeming tot bisschop werd gezien als een maatregel van paus Paulus VI om de onrustige Nederlandse kerkprovincie weer meer in het midden van de wereldkerk te krijgen. Net als de benoeming in 1970 van Ad Simonis tot bisschop van Rotterdam veroorzaakte ook zijn benoeming hevig protest van met name overtuigd modernistische geestelijken en leken.

In 1974 richtte Gijsen het grootseminarie Rolduc op. Tot die tijd was dit Rolduc een kleinseminarie. Zeven jaar eerder hadden de Nederlandse bisschoppen en de priesterordes hun samen ongeveer vijftig seminaries gesloten en vervangen door vijf theologische hogescholen. Nieuwe priesters leverden deze vijf opleidingen echter nauwelijks op. Rolduc verschafte in de periode tussen haar ontstaan en 2004, dertig jaar later, de opleiding aan 180, over het algemeen conservatieve, priesters.

Gijsen werd gekenschetst als een autoritair optredende ‘herder’ die zo veel mogelijk discussies met ‘onderhorigen’ uit de weg zou gaan, geen enkele tegenspraak zou hebben geduld tegen zijn “orthodoxe” beleid en die zelfs eens met een asbak gegooid zou hebben naar een voormalig priester tijdens een oplopend meningsverschil.

Gijsen is op 30 oktober 2007, de maand waarin hij 75 is geworden, met emeritaat gegaan als bisschop van Reykjavík. Gijsen keerde terug naar Nederland, en nam in Sittard de zielzorg van de zusters karmelietessen aan de Kollenberg op zich. Op 24 juni 2013 overleed hij op tachtigjarige leeftijd te Sittard.